artikel

De revolutie van de systeempijp

Door Don Duco

Al vanaf het midden van de negentiende eeuw worden de tabaksmelanges opgepept met aromastoffen en zo komen talloze nieuwe smaken op de markt. Veel pijprokers worden geleidelijk liefhebber van deze gearomatiseerde tabakken, die een intensere smaak geven maar waaraan ook een nadeel kleeft. Gearomatiseerde tabakssoorten zijn beduidend vochtiger zodat er condensvorming in de steel van de pijp kan ontstaan die het roken minder aangenaam maakt.

Pijpenfabrikanten proberen dit vochtprobleem te bestrijden en bedenken systemen om de condensatie te bevorderen en het vocht af te voeren. Van dergelijke pogingen zijn talloze voorbeelden bekend, uiteenlopend van eenvoudige poreuze nicotinesteentjes tot aan condenskamers, vochtsluizen, drainagebuisjes enzovoort. Het incorporeren van een systeem zien we bij pijpen van alle denkbare materialen. Dat geldt voor het traditionele genre waartoe de kleipijp en de meerschuimpijp behoren, materialen die van nature al maximaal poreus en vochtabsorberend zijn. Vaker nog wordt dit toegepast bij de bruyère pijp die minder vocht opneemt en dus sneller nat rookt.

Vanaf 1880 worden tientallen patenten toegekend, waarin nieuwe vindingen voor het ontvochtigen van rook en het afvoeren van condens worden beschreven en beschermd. De meeste van deze vindingen zijn vernuftig uitgedacht maar gaan een kort leven tegemoet, terwijl een groot deel van de patenten zelfs nooit in productie wordt genomen. Zij zijn vaak te gecompliceerd van constructie en te weinig effectief in het gebruik, vooral vanwege het onpraktisch schoonmaken door de roker.

Veel inventies zijn op een zelfde principe gebaseerd: het gebruik van twee verschillende materialen die de condensatie bevorderen, eventueel gecombineerd met een bergplaats voor vocht. Vooral bij bruyèrepijpen stimuleert de afwisseling met metalen onderdelen de condensatie van het vocht in de rook. Vanuit dat principe ontstaat als eerste de metalen inzet in de steel die gebaseerd is op een natuurkundig uitgangspunt: regen die een wolk verlaat op het moment dat een wolk koele lucht tegen komt. Filters, stiftjes en spiralen in allerlei vormen en uitvoeringen markeren het begin van een geheel nieuw principe waarbij de houten steel verwisseld wordt voor een van metaal. Uiteraard is dat pas mogelijk wanneer lichtgewicht metalen op de markt komen en dat is in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Amerikaanse wortels
Geheel passend in The Early Machine Age wordt vanaf 1930 aluminium in de pijpenindustrie gebruikt. Aluminium heeft eigenschappen die voor de tabakspijp van belang zijn: het metaal neemt de warmte goed op terwijl het licht van gewicht is en dus plezierig is in het gebruik. Daarnaast heeft aluminium een moderne en hygiënische uitstraling die goed past bij het type roker dat van de pijp een modern en comfortabel rookinstrument verwacht. Het is dus niet verwonderlijk dat in de jaren dertig tabakspijpen worden gemaakt waarvan onderdelen van aluminium zijn gemaakt. De steel is het element bij uitstek dat van metaal gemaakt kan worden, aangezien het de condensatie van het vocht uit de rook bevordert en gelijktijdig vochtreservoir kan zijn.

Zoals vaak het geval is ontstaan dergelijke vindingen op meerdere plaatsen min of meer gelijktijdig. Het uitgangspunt is steeds een metalen onderdeel dat condens de gelegenheid biedt neer te slaan en waarin een drainagesysteem is verwerkt. Deze modernistische zogenaamde systeempijpen worden in verschillende Amerikaanse staten uitgedacht met als grondbeginsel een pijpenkop van bruyèrehout en een steel van aluminium met daaraan het gangbare mondstuk van gevulkaniseerd rubber. De metalen onderdelen worden gemaakt in bedrijven die ook de opkomende vliegtuigindustrie bedienen.

Een van de vroegste vindingen die grote populariteit verwerft is de Kirsten pipe (afb. 1a-c). Bij dit product krijgt de bruyère pijpenkop aan de basis een schroeftap. Met deze schroef kan de ketel op een steel van aluminium worden bevestigd. De steel heeft een ontwerp gebaseerd op het principe van de radiator en wordt zelfs aangeduid met radiator stem. Het oppervlak is door welvingen vergroot, zodat het de warmte snel kan afstaan. De vierkante doorsnede van de steel zorgt voor een modern look die de pijp zijn tijdgebonden uitstraling geeft. In de holle steel bevindt zich een wel uitgedacht systeem: de rook wordt door een buisje de zogenaamde dry-tube getrokken en legt een langere weg af zodat van betere koeling sprake is. In de metalen steel slaat de condens neer en met behulp van een rond stopje aan het eind kan het ongewenste vocht na een aantal keren roken worden verwijderd.

De pijp heeft nog een vernuftige toevoeging die geheel past in het hygiënische denken van die tijd. Met het stopje aan het eind van de steel kan de verbinding tussen ketel en steel worden afgesloten. Kirsten adviseert dat te doen wanneer de pijp wordt leeggemaakt, om te voorkomen dat het vocht uit de steel in de pijpenkop terug zal lopen en daar op het aroma van de tabak van invloed zal zijn. Bovendien kan bij het schoonmaken de steelruimte worden afgesloten zodat asresten niet in de steel kunnen verdwijnen. Ook als de pijp wordt meegenomen dient de stop ter afsluiting van de pijpensteel.

Inventor van dit bijzondere systeem is Frederick K. Kirsten, een Duitser van geboorte die naar de Verenigde Staten emigreerde en daar uiteindelijk een lectorschap in Aeronautical Engineering verkreeg. Toen hem begin jaren dertig werd geadviseerd met het roken van sigaretten te stoppen is hij op zoek gegaan naar een tabakspijp die zonder vochtproblemen en zonder een scherp gevoel op de tong kon worden gerookt. Spoedig bleek dat zo’n artikel niet bestond zodat hij zelf aan het ontwerpen is geslagen. Naast de basismaterialen bruyère en caoutchouc gebruikte hij aluminium, dat hij vanuit zijn beroep natuurlijk goed kende. Kenmerkend aan zijn inventie is de synthese tussen de moderne vormgeving, een grote mate van comfort en alle aandacht voor hygiëne, drie uitgangspunten voor het moderne leven van de jaren dertig. Voor de productie van de pijp wordt de Kirsten Pipe Company Inc. opgericht, gevestigd in Seattle in de staat Washington. De firma wordt in 1936 gesticht en zal een lang leven krijgen.

Wanneer de pijp bij de consument blijkt aan te slaan ontstaan al gauw nieuwe ketelmodellen, terwijl er naast een rechte pijp ook een half gebogen en een volledig gebogen model worden bedacht. Wanneer dit scala aan uitvoeringen op de markt is biedt de Kirsten pijp nog een extra voordeel. Als roker kun je zelf je pijp samenstellen door voor de vorm van de steel te kiezen, de kleur ervan te bepalen en voor een specifiek ketelformaat, ketelmodel en afwerking te gaan. De blanke metalen uitvoering wordt het meest populair en wordt aangeduid met Mariner, de zwart gemoffelde heet Lancer en de goudkleurige versie krijgt de naam Jewel. Naast voordelen heeft de Kirsten pijp ook een groot nadeel: de pijp heeft een massief voorkomen en een relatief groot gewicht. Vooral het rechte model geeft een sterke hefboomwerking waardoor het roken met de pijp tussen de tanden niet altijd even comfortabel is.

Overigens is het goed te weten dat Kirsten niet de enige was die een tabakspijp op die manier uitwerkte. Min of meer gelijktijdig komen verschillende andere ontwerpen tot stand, die allemaal uitgaan van dezelfde basisprincipes: een synthese tussen drie materialen, een afschroefbare ketel en maximale aandacht voor koeling en vochtafvoer. Vermoedelijk zal het de marketing en de prijsstelling zijn geweest, die bepaalde dat de ene soort wel aansloeg, terwijl de andere na korte periode weer van de markt verdween. Naast bruyère zijn de ketels ook wel van meerschuim of zelfs van maïskolf gemaakt, steeds voorzien van hetzelfde schroefsysteem.

Een bekende Amerikaanse imitatie van de Kirsten pijp is de Bryson (afb. 2a-e), gemaakt door de Briarwood Corporation in Palo Alto in de staat Californië. Heel onverwacht zijn de ketels niet gemaakt van gedraaid bruyèrehout maar van gemalen geperste bruyère die onder buitengewoon hoge druk zonder enige lijm wordt samengeperst. Het bedrijf adverteert dat deze werkwijze een perfecte bruyère-imitatie oplevert met een verhoogde porositeit. Aan de buitenzijde wordt de geperste substantie met donkere verf van een imitatie houtnerf voorzien. Minder geslaagd is de laklaag die de ketel voor slijtage moet behoeden. Bij dit product wordt de bruyère pijpenkop met een kruiskopschroef aan de steel bevestigd, die van een gepolijste duraluminum is gemaakt en een hexagonale doorsnede heeft. De steel bevordert nog een extra koeling doordat hierin een buisje is geplaatst dat vast zit aan het schroefknopje aan het eind van de steel. Dit buisje heeft een luchtgaatje dicht bij het mondstuk waardoor de rook geforceerd wordt een langere weg af te leggen en nog eens extra afkoelt.

Het ontwerp van de Bryson is afkomstig van Max Bressler uit Chicago Illinois en dateert van rond 1940. Ook voor dit systeem zijn verschillende patenten afgegeven, maar de pijp komt pas voor in tijdschriftcampagnes uit het jaar 1946. Bij aanschaf van een Bryson kreeg de consument twee koppen cadeau: een glad model en een gerustificeerde.

Een andere imitatie van de Kirsten pijp is de door Frank Mariani uitgevonden Mariani, die in 1941 wordt gepatenteerd. Een merkwaardige variant is ook de Ashcraft, die min of meer gelijktijdig op de markt komt. Hier is het systeem revolutionairder: er is een metalen binnen- en een metalen buitenketel toegepast, die elkaar niet raken. Tijdens het roken neemt de binnenketel de warmte op terwijl de buitenste ketel koel blijft en voor een comfortabel hanteren van de pijp zorgt. De binnenketel kan voor een schoonmaakbeurt gemakkelijk worden verwijderd. Nadeel is dat de pijpenkop zelf geen vocht opneemt terwijl metaal lang niet zo isolerend werkt in vergelijking tot bruyère. Hierdoor neigt de pijp sneller uit te gaan.

Falcon als merk
Zoals opgemerkt is er geen inventie die alleen komt: een nieuwe gedachte ontstaat altijd op meerdere plaatsen tegelijk. Daarvan getuigt het ontwerp van Kenly Bugg, een ingenieur uit Fort Wayne in de Amerikaanse staat Indiana. In 1936 komt deze tot de uitvinding van de Falcon pipe waarvan het systeem sterk vergelijkbaar is met dat van Kirsten, maar toch in een aantal aspecten afwijkt. Het succes van de Falcon, een ontwerp dat sinds die tijd niet meer weg te denken is uit de wereld van de tabakspijpen, zal definitief voor een revolutie onder pijprokers zorgen.

Ook de Falcon pijp komt eerder uit een ingenieursgedachte voort dan vanuit de denkwijze over de traditionele tabakspijp. Opnieuw bestaat de pijp uit twee tegengestelde materialen, de ene warm van aard, de ander koel. De ketel van de pijp is van bruyèrehout terwijl voor de steel weer aluminium wordt gekozen. Beide elementen worden met behulp van een schroefdraad aan elkaar verbonden.

In tegenstelling tot de Kirsten pijp krijgt de Falcon een licht gewicht metalen steel waarbij de koeling vooral gebaseerd is op afgifte van warmte in plaats van opname. De spiraalvormige buis die het rookkanaal vormt en tussen het frame van de steel zit, zorgt voor snelle opname van warmte en even zo snelle afgifte ervan. Dit moet resulteren in koele rook. Gelijktijdig zorgt de overgang van de houten ketel naar de metalen ketelbasis voor een zogenaamde koudebrug, waardoor het vocht uit de rook juist op die plaats condenseert en neerslaat. Dat condenseren wordt nog versterkt doordat de bodem van de ketel een cilindrische aluminium stop heeft met een lensvormige bovenzijde (afb. 4c). Heel toepasselijk heet dit element condensor of humidome en deze metalen bodem zorgt er met zijn andere materiaaltemperatuur voor dat het vocht onderin de pijp gemakkelijk kan worden afgevoerd naar de aluminium onderruimte. In deze metalen basis kan een stoffen filter, de zogenaamde dry ring worden geplaatst (afb. 3b) die de passerende rook van vliegende as en teerdeeltjes zuivert en logischerwijs absorbeert.

Buitengewoon praktisch is dat de bruyère ketel van de pijp gemakkelijk afschroefbaar is omdat de schroefdraad vier startpunten heeft en de kop dus met een kwartslag van de pijp te halen is. Voor het schoonmaken kan de pijpenkop snel en met een simpele klik worden verwijderd waarna met een tissue de aanslag in de ketelbasis kan worden weggepoetst. De hierbij afgebeelde diagramtekening uit een van de promotiefolders laat het systeem duidelijk zien (afb. 3a).

Wanneer we de constructie van de pijp in detail bekijken blijkt duidelijk dat het ontwerp buiten de gangbare houten systeempijpen valt en uit het brein van een ingenieur moet stammen. De steel met ketelhouder van aluminium wordt op zeer nauwgezette wijze gemaakt en de kwaliteit laat zich meten met hoogwaardig gietwerk voor de luchtvaartindustrie. Dit frame is vooral moeilijk te maken, omdat het een schroefdraad bevat met vier beginpunten. Het profiel en de tolerantie van de schroefdraad moeten zorgvuldig worden gecontroleerd, want als deze niet optimaal sluiten dan gaat de pijp lekken en ontstaat er valse trek.

In Amerika verschijnt de Falcon in 1940 op de markt en wordt door veel rokers met groot enthousiasme ontvangen. Echter vanwege de Tweede Wereldoorlog komt er al gauw een beperking op het gebruik van aluminium. De fabrikant moet de reguliere leveringen staken en alleen de verkoop aan de Amerikaanse Armed Forces mag doorgaan. Na de oorlog wordt de productie van de systeempijpen echter hervat en op 21 augustus 1945 wordt het patent verkregen.

In 1949 wordt de marketing van de Falcon overgenomen door George Hunt (1908-1981) van de Diversey Machine Works Co. in Chicago (noot 1). De firma D.M.W. was gespecialiseerd in aluminium artikelen voor de luchtvaartindustrie die met grote precisie werden gemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog is Hunt de enige eigenaar en richtte men zich onder meer op de beroemde balpen onder de naam Rollit.

De afzet van de Falcon wordt voortvarend ter hand genomen doordat Hunt een advertentiecampagne start. Een van de slogans uit die periode is: The World’s First Perfect Tar-Free Air-Cooled Pipe. Voor de detailhandel wordt een display kaart aangeboden waarop drie pijpen zitten. Toch blijft de verkoop in de eerste jaren tot vier Amerikaanse staten beperkt: Indiana, Michigan, Illinois en Iowa. Daarna wordt het verkoopnetwerk uitgebreid al duurt het nog tot 1954 eer de Falcon pijp in alle Amerikaanse staten verkrijgbaar is. Het verkoopresultaat blijkt overweldigend en de omzet groeit gestaag. In 1954 zijn reeds zes miljoen Falcon pijpen verkocht (noot 2). Er lijkt sprake van de grootste revolutie in het pijproken ooit. Inmiddels was het patent voor het product tot 1956 voor alle staten van Amerika veilig gesteld. Min of meer gelijktijdig verhuist de fabriek van de Van Buren Street naar een veel grotere behuizing op Kilpatrick Avenue in Chicago waar de productie grootschaliger kan plaatsvinden.

De Engelse productielijn
Het ongekende succes van de systeempijp in het algemeen en de Falcon pijp in het bijzonder ging aan geen enkele Amerikaanse roker voorbij. Merkwaardig genoeg dringt deze revolutie echter nauwelijks door in Europa. Pas in 1956 ontdekt ene David Morris, directeur van de grote tabaksketen A. Lewis Ltd. het succes van de Falcon tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten. Morris onderhandelt met directeur Hunt van de Amerikaanse fabriek en zij besluiten 10.000 Falcon pijpen over de 350 vestigingen van Morris te verspreiden om te zien of de verkoop ook in Engeland succesvol zal zijn. . De eerste zending van 333 setjes van drie pijpen wordt in december 1955 verzonden. Al gauw raakte Falcon in een geschil verwikkeld met de pijpenfabriek Comoy, die de merknaam Falcon reeds voerde en deze plotseling claimde. Om niet in de problemen te raken werden in de stelen van de reeds gemerkte pijpen de eerste en de laatste letter weggefreesd, zodat het opschrift Falcon veranderde in Alco. Gelukkig was het aluminium op die plaats voldoende dik om die kunstgreep mogelijk te maken terwijl het volledig verwijderen van de merknaam de pijp zou hebben beschadigd. Een tweede zending krijgt de naam Rollit, naar de gelijknamige balpen van Hunt. Niet lang daarna werd het probleem met het handelsmerk onderling opgelost en kon de merknaam Falcon weer vrij worden gebruikt.

Overtuigd van de marktkansen voor de Falconpijp in Engeland onderhandelt Morris verder en al gauw krijgt hij de rechten voor de productie buiten de Verenigde Staten èn de wereldwijde verkoop, in beide gevallen met uitzondering van Amerika. Kort daarop sticht hij twee bedrijven: Falcon Pipes Ltd. voor de productie en Falcon Pipes Distributors Ltd. voor de verkoop en verspreiding.

Het Engelse dochterbedrijf komt echter niet zo snel op gang. Eer de machines voor de metalen onderdelen vanuit Chicago naar Londen zijn vervoerd en geschikt zijn voor productie en men bovendien over de vereiste hoeveelheden bruyèreketels kan beschikken zijn twee jaar verstreken. Pas in oktober 1958 wordt de eerste Engelse Falcon naar de Amerikaanse moedervestiging gezonden en kan de productie beginnen. Nog voor de kerst van 1958 staan de eerste 30.000 Falcon pijpen klaar voor verzending en dit aantal wordt onmiddellijk door de detailhandel opgenomen. In datzelfde jaar werken er bij Falcon Engeland reeds vijftig personen (noot 3).

Ook in Engeland krijgt de Falconpijp snel belangstelling en in het voorjaar van 1960 is de vraag zo groot geworden dat de Londense fabriek naar productie-uitbreiding moet gaan uitzien (noot 4). Reeds in het voorjaar van 1961 wordt een nieuwe fabriek betrokken in Shepherds Bush opnieuw in Londen waar men over een vloeroppervlakte van bijna vijfhonderd vierkante meter gaat beschikken. Nu vindt de productie volledig geautomatiseerd plaats en realiseert men zo’n 10.000 pijpen per week. Om de kwaliteit van de Falconpijp te waarborgen worden gespecialiseerde machines ontwikkeld en dankzij nieuwe investeringen kan nog weer een half jaar later de productie opnieuw met de helft worden vergroot.

Inmiddels is de Falcon pijp een gerenommeerd en veelgevraagd product geworden. Om een maximale kwaliteit te garanderen ontwikkelt men speciale machines om de pijpen te testen. Na de productie wordt iedere pijp gecontroleerd op een optimale rookdoorvoer, maar ook of de pijp volledig vrij is van valse trek. Wanneer de vraag nog verder blijft toenemen wordt in de zomer van 1962 besloten over te gaan op nog grotere productie-eenheden. Als gevolg daarvan verhuist de fabriek in februari 1963 opnieuw, nu naar Brentford in Middlesex waar een productie van maarliefst 20.000 pijpen per week kan worden gerealiseerd. De organisatie van deze verhuizing met handhaving van productie-omvang en -kwaliteit is een enorme operatie geweest, maar is door het bedrijf goed doorstaan (noot 5).

De uitstraling van de Falcon met zijn blanke aluminium steel en donkere ketel en mondstuk wordt in de jaren 1950 als uiterst modern ervaren. Voor de meer behoudende roker is het blanke metaal echter te opvallend. Het spuiten of coaten van aluminium is in die tijd nog een probleem. Aanvankelijk dacht men dat het onmogelijk zou zijn om een sterke, slijtvaste geanodiseerde afwerking op de pijp te maken, maar ook hierin slaagt de Falcon fabriek na een lange periode van experimenteren. Rond 1954 worden ook zwarte en donkerbruine systeempijpen afgeleverd, waarvan het voorkomen een grotere gelijkenis vertoont met de traditionele bruyèrepijp. De bruine uitvoering krijgt de sportieve naam Hunter en deze pijp wordt vaak gemonteerd met een lichtbruine ketel. De Hunter wordt in 1956 gelanceerd en de eerste 30.000 stuks worden dankzij een uitgebreide advertentiecampagne snel verkocht.

Ook aan de andere onderdelen van de pijp wordt maximale aandacht besteed. Voor het mondstuk wordt bijvoorbeeld een speciaal soort nylon gekozen, dat buitengewoon sterk is en een lang leven garandeert. De fabrikant adverteert dat het mondstuk zelfs opgewassen is tegen de scherpste tanden. In tegenstelling tot alle andere pijpen wordt het mondstuk aan de metalen steel verlijmd. Om te voorkomen dat de consument het mondstuk kapot draait staat op het plastic beschermhoesje een aanwijzing daarover (afb. 5c).

De ketel zelf is natuurlijk het belangrijkste onderdeel van de pijp. Dat hiervoor bruyèrehout wordt gekozen spreekt bijna voor zich. De koppen worden van een kwalitatief goede grondstof gedraaid waarvoor speciale cabochons worden besteld. Uiteraard zijn de bruyèreblokjes beduidend kleiner dan het hout van de gewone tabakspijp hetgeen voordelig is voor de inkoop. Veel onderzoek wordt verricht om het draaiwerk van de koppen volledig mechanisch uit te voeren, opnieuw met een hoge mate van standaardisering. Na het frezen van de ketel tot het gewenste model wordt ook een eventuele rustificering machinaal aangebracht. Als laatste handeling freest men de viervoudige schroefdraad in de basis, een secuur stukje vakmanschap.

Voor de ketelmodellen worden drie soorten benamingen gekozen. De eerste refereert aan de klassieke pijpmodellen zoals buldog, biljart, appel enzovoort. Daarnaast ontstaan talloze eigen ontwerpen met namen van steden of landsstreken, waaronder de Dover, Plymouth, Genoa, Istanbul en Algiers. Enkele bizarre modellen met geometrische vormen zijn de hyperbool en de snifter. Qua uitvoeringen is er keuze uit gladgepolijst koppen in diverse kleuren van blank naar donker maar ook roodachtig. Voor de gerustificeerde exemplaren worden de minder gave koppen gebruikt. Een luxe serie pijpenkoppen is aan de binnenzijde voorzien van een meerschuim ketelinzet.

Uiteraard dient een modern product op de meest hygiënische wijze te worden afgeleverd. De fabrikant besteedt ook aan het schoonmaken en doorblazen van het eindresultaat veel aandacht. Dit reinigen werkt op ultrasonische geluidsgolven zodat het zeker is dat ieder vuiltje hoe klein ook wordt verwijderd. Het product wordt vervolgens in een modern doosje verpakt waarop als merk de kop van een adelaar prijkt. Hetzelfde merk is ook in wit aan de bovenzijde van het roer aangebracht (afb. 4d). Het beschermhoesje om het mondstuk kwam al ter sprake.

Na enkele jaren van succesvolle productie wordt het assortiment verder uitgebreid. In 1963 lanceert men de Falcon Extra. De Bantam of Oxford serie is een gewijzigd concept met een steel die tien procent korter is, terwijl daarvoor ook kleinere ketels beschikbaar komen. Uiteraard zijn deze koppen uitwisselbaar met de grotere formaten analoog aan de gestandaardiseerde werkwijze. Het principe van de uitwisselbare onderdelen blijft vanzelfsprekend een van de sterke kanten van het product. Eenmaal voor dit systeem gekozen zal de roker niet snel op een ander merk overstappen.

In 1964 wordt de merknaam Alco als tweede merk geïntroduceerd (afb. 5a-d). De naam Alco was in 1955 al tijdelijk gebruikt bij wijze van noodgreep. Nu bestemt men deze voor een specifieke lijn van Falcon waarbij alleen de steelvorm sterk afwijkt. De framesteel van de Falcon wordt bij de Alco vervangen voor een meer massieve maar dunne meerzijdige steel. Het verkregen resultaat is verrassend sportief. Verder is de pijp identiek: de ketel is afschroefbaar en heeft dezelfde vernuftige vier-in-een-schroefdraad. Onverwacht is dat vanwege het kleinere formaat de ketels niet uitwisselbaar zijn met de Falcon. Het mondstuk is opnieuw van zwart nylon gemaakt. Naast een bruine versie komt ook een Bordeaux rode uitvoering op de markt. Als merkteken wordt bij de Alco de adelaarskop over een wereldbol geplaatst, een heel toepasselijke toevoeging aan een merk dat inmiddels wereldwijd bekend was geworden (afb. 5c).

Ook in de tweede helft van de jaren zestig ontstaan nog nieuwe producten. In 1965 wordt The Pipe geïntroduceerd waarbij nieuwe materialen worden gebruikt. Het rokerspubliek toont voor dit artikel echter geen interesse. Twee jaar later verschijnt de Brentford Pipe op de markt, met een hoekige, aan de zijden afgeschuinde steel. Ook dit product viel geen groot succes ten deel, doch verdween pas in 1979 weer van de markt. Beide innovaties tonen aan dat de pijproker uitstekend tevreden was met de Falcon en niet uit was op vervanging door een nieuw product.

Uit de tijd van het grote succes stamt ook een bijzondere reclame-uiting. Op instigatie van de Falcon fabriek wordt door ene Charles Graves een algemeen boekje over het pijproken gepubliceerd. Het verschijnt in 1969 onder de titel “A Pipe Smoker’s Guide” en bevat allerlei wetenswaardigheden. Merkwaardig genoeg wordt een belangrijk deel van de inhoud gevormd door een hoofdstuk gewijd aan de geschiedenis van de Falcon droogroker. Daarmee krijgt het product een wel zeer prominente plaats in de geschiedenis van de pijp toegedicht. Ter completering worden achter in de publicatie over enkele pagina’s de Falcon-dealers uit alle delen van de wereld vermeld. Denkend dat zo’n twintig procent van de publicatie aan de Falconpijp is gewijd, is dit wel een heel misleidende en eenzijdige informatie voor de pijproker van dat moment. Vooral bijzonder is het frontispice met een prachtige historiserende prent van een roker met tussen de lippen van deze statige persoon een heuse Falconpijp. Natuurlijk laat de afbeelding niets te raden over, de tekst verduidelijkt “shown smoking a Falcon Pipe”.

Aan het eind van de jaren 1960 is de Falcon pijp in bijna alle uithoeken van de wereld verkrijgbaar. De Britse fabriek exporteert ongeveer veertig procent van haar productie naar in totaal 70 landen. Een groot succes oogst de Falconpijp in Australië, waar het twee jaar na de eerste import de best verkopende pijp in dat land wordt. In Europa is de Falcon populair in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland maar de pijp wordt ook verkocht in het Midden-Oosten, in Gibraltar, op Malta en Cyprus, op Mauritius en in Nieuw Zeeland. Zelfs in Zuidwest Afrika en in Ethiopië blijkt de Falconpijp verkrijgbaar. Het succes van de Britse fabriek overstijgt dat van het Amerikaanse moederbedrijf en tegen 1970 zijn zeven miljoen Engelse Falconpijpen verkocht, uiteraard exclusief een zelfde aantal dat in de Verenigde Staten was gemaakt.

Hoewel de Engelse en de Amerikaanse Falcon pijp ogenschijnlijk gelijk zijn, blijkt de Engelse versie in technisch opzicht beduidend beter. Om die reden wordt vanaf 1968 besloten dat de Engelse fabriek de productie van Falcon International Incorporated in Chicago gaat overnemen. Met deze fusie komt een definitief einde aan drie producerende landen: de Verenigde Staten, Engeland en Ierland. In dat laatste land is de Falcon enige tijd geproduceerd, toen de Engelse fabriek de grote vraag niet aan kon, doch de productie daar was al eerder opgehouden.

Het sluiten van de Amerikaanse vestiging kwam op het juiste moment. In Engeland was de belangstelling voor de Falcon aan het teruglopen. Door overname van de Amerikaanse productielijn kon de fabriek in Brentford haar productiecapaciteit weer ten volle benutten. Wanneer na 1975 de verkoop opnieuw terugzakt komt Falcon met enkele innovaties. In 1977 lanceert men de Falcon International Filter Pipe, een pijp met een afneembaar mondstuk waarin een filter kan worden geplaatst (afb. 6a-c). In die periode was de filter in opkomst vanuit de gezondheidsgedachte de rook van teer en nicotine te moeten zuiveren. Bij deze pijp is het aluminium bedekt met een speciaal ontwikkelde coat die het fakoelen bevordert.

Twee jaar later, in 1979 wordt de Alco Universal Filter Pipe op de markt gebracht, vooral bestemd voor de jongere beginnende pijproker. Deze pijp krijgt ook een ander mondstuk met een groevenbit die comfortabeler zou zijn. De lancering van een filterpijp past uiteraard in de algemenen heersende belangstelling voor schonere rook. Opnieuw gaat het om een tijdelijk product dat geen stand houdt.

In de jaren 1980 introduceert Falcon nog een extra gebogen model (afb. 4c). Daarnaast komt de Universal Gold op de markt, een gekleurde pijp met een chique gouden band. Nieuw is ook het afneembare mondstuk waarin de roker desgewenst een Falcon filter kan plaatsen. De luxe van de pijp wordt ook benadrukt doordat er keuze bestaat uit zeven goudkleurige koppen die aan de binnenzijde van een meerschuim mantel zijn voorzien. Het product wordt een luxe geschenkartikel maar wederom blijft het verkoopsucces uit en wordt duidelijk dat Falcon een afnemende markt bedient. In de jaren die volgen slankt de productie nog verder af.

Reeds rond 1970 zet een reeks overdrachten van de fabriek in. Eigenaren zijn The London & Midlands Industrials Group, de Williams Group en anderen. Het bedrijf lijkt voordurend in de aanbieding, al verandert het product niet. In 1993 wordt de Falcon fabriek uiteindelijk aan Merton of London verkocht, een firma die ook de vertegenwoordiging van verschillende andere pijpenmerken in Engeland verzorgde (noot 6). De bedrijfsnaam verandert in Merton & Falcon Ltd. De productie continueert al vindt innovatie van de Falcon systeempijp niet langer meer plaats. In feite is de hausse van de systeempijp voorbij en de fabrikant weet geen nieuwe afzetgebieden meer aan te boren, de pijp raakt steeds meer gedateerd. Met het verminderen van de productieomvang wordt ter compensatie de prijs van de Falcon opgeschroefd en daardoor krijgt de pijp niet geheel terecht de uitstraling van een luxe droogroker. Van marketing is nog nauwelijks sprake, men richt zich op de nog bestaande klant die inmiddels zo merkentrouw is dat deze geen andere pijp meer wil proberen.

Amerikaanse tegenhangers van de Falcon
Gepatenteerd of niet, het systeem van de Falcon pijp inspireerde talloze pijpenmakers om hierop hun visie te geven en van de verkoopsuccessen een graantje mee te pikken. Zeker na de vervaldatum van het Amerikaanse patent lanceren andere pijpenfabrieken hun eigen systeempijp. De meeste fabrieken verliezen echter de strijd met Falcon want de merknaam Falcon is spoedig onovertroffen en de roker prefereert een degelijk niet lekkende pijp boven een innovatief of creatief ontwerp met technische mankementen.

De oudste imitaties van de Falcon zijn in Amerika ontstaan, hetgeen niet verwonderlijk is want hier heeft de ontwikkeling van de systeempijp een ruime voorsprong. Een waardige tweede naam is de Dr. Grabow Viking (afb. 7a), waarvan de geschiedenis bijna even lang is als die van Falcon. De vroegste Viking werd namelijk al in maart 1954 gepatenteerd en daarna zijn nog verschillende aanvullende patenten voor verbeteringen afgegeven. Uitvinder is ene Linkman uit Racine in de staat Chicago. De aanduiding voor deze systeempijp is afkomstig van een bevriende arts die hij vroeg diens naam te mogen gebruiken als merk voor een tabakspijp. Zijn uitgangspunt daarbij was dat een artsennaam zonder twijfel een positief effect op de marketing teweeg zou hebben, zeker in een tijd waarin de eerste anti-rook gedachte vorm krijgt. In uiterlijk zijn de Grabow-pijpen sterk vergelijkbaar met de Falcon, al zijn detailverschillen zichtbaar. Het voornaamste verschil zit in de steel die niet uit een frame bestaat waartussen een spiraalvormig rookkanaal is geplaatst maar sterk is afgeplat en aan de bovenzijde opstaande koelribben heeft. Dankzij de populariteit bestaan van het Grabow ontwerp vrijwel evenveel varianten als van de Falcon. Nadeel is duidelijk de mindere kwaliteit van het metalen onderdeel, waarvan de flinterdunne laklaag aan de buitenzijde na verloop van tijd kan gaan bladderen. Bovendien heeft de Viking meer gewicht.

Een Amerikaanse systeempijp die inspeelt op de populariteit van de maïskolfpijp is de Aristocob. Bij dit product wordt de verwisselbare ketel van maïshout gemaakt. Vanwege de kwetsbaarheid van dit zachte hout wordt de Aristocob verkocht met twee bijgeleverde reservekoppen. De pijpenkoppen zijn door de bekende Missouri Meerschaum Company geleverd, die ook de gewone maïskolfpijpen op de markt bracht. De pijp is leverbaar vanaf midden jaren 1970 en blijft in productie tot ongeveer 1980. Haar populariteit dankt dit product aan de smaak van de maïskolf kern die zo kenmerkend is en zich met geen ander materiaal laat evenaren. De uitstraling van het maïshout geeft de pijp echter geen luxe voorkomen.

Een andere succesvolle vinding is het merk Yello-Bole (afb. 8a-c) gelanceerd door de Amerikaanse pijpenfabriek Kaywoodie. Als merknaam is Yello-Bole reeds vanaf 1932 in gebruik voor zogenaamde rejects die niet onder het hoofdmerk Kaywoodie konden worden verkocht. De Yello-Bole systeempijp wordt spoedig populair bij een breed maar weinig koopkrachtig publiek. Het patent wordt in 1956 verleend aan de man die de pijp ontwikkelde: Samuel L. Atkins uit New York. De productie start door Penacook in New Hampshire. Tien jaar later lanceert men nog een tweede versie onder de naam Yello-Bole airograte, waarvoor in 1966 patent wordt verkregen. Deze pijp verschijnt ook op de Europese markt, waarbij het toegevoegde opschrift London Finished de pijp een chiquere uitstraling moet geven. Als de Dr. Grabow heeft de Yello-Bole een sterk afgeplatte steel, echter de koelribben bevinden zich niet alleen aan de bovenzijde maar lopen rondom. Ook het aluminium gietwerk is duidelijk mooier, vooral doordat er geen afwerking van lak is toegepast.

Samenvattend staat in de Verenigde Staten de Falcon aan de top, met als waardige tweede de systeempijpen van Dr. Grabow en die van het merk Yello-Bole. Toch weten deze twee merken niet de roem oogsten die Falcon ten deel valt, al scoren beide fabrieken economisch gezien wel. Vanwege een gunstigere prijsstelling worden deze twee merken door een aanzienlijke groep rokers gekozen en eenmaal aan het systeem gewend, koopt men ook de onderdelen van dit merk en komt men niet meer aan de aanschaf van een ander merk toe. De Kirsten pijp blijft als variant eveneens lang in productie. Omdat haar verschijningsvorm zo afwijkend is, wordt dit product aan een andere categorie rokers verkocht.

Als restgroep bestaat er nog een breed scala aan producten, die het goedkope alternatief voor de systeempijp zijn en geen groot marktsucces worden. Bij hun introductie profiteren dergelijke pijpen van de renommee van de Falcon-systeempijp en vooral van het veranderde rookgedrag dat daaruit is voortgekomen. Het feit dat bij veel vindingen in plaats van aluminium alternatieve materialen worden toegepast, maakt het gewicht vaak groter terwijl de condenserende werking juist kleiner wordt. Daarmee vervalt het positieve aspect van de droogroker. Bovendien zorgen technische mankementen waartoe vooral het lekken van de schroefdraad behoort, voor discomfort bij de consument. Vanuit historisch oogpunt is deze restgroep interessant omdat deze pijpen ons informeren over de andere ontwerpgedachten van de systeempijp en de strijd van de fabrikanten onderling om een marktpositie te veroveren en te behouden.

Alternatieve systeempijpen in Europa
Ook in Europa is het succes van de Falcon reden om andere systeempijpen te importeren. De merken Dr. Grabow en Yello-Bole zijn spoedig verkrijgbaar. Daarnaast komen in dezelfde stijl ook andere producten op de markt, waarbij de Amerikaanse verworvenheden in Engeland en op het Europese vasteland worden toegepast. Het is begrijpelijk dat de eerste Europese vindingen in Engeland ontstaan. Daar was de Amerikaanse Falcon onder de bezielende leiding van David Morris geperfectioneerd, terwijl Engeland verder bekend stond als een vooraanstaande producent van pijpen met een groot potentieel aan welgestelde pijprokers.

Hoe sterk men op de Amerikaanse gedachte terugvalt blijkt wel uit de introductie van de Dr. Plumb peacemaker. Opnieuw moet een artsennaam suggereren dat achter het product een medicus schuil gaat, die het roken uit deze pijp heeft beproefd en stilzwijgend goedkeurt (afb. 7b). Een aantrekkelijke variant op de Falcon is de systeempijp die door Britain’s Best Briar wordt gebracht en is voorzien van hun merk BBB (afb. 9a). Op de bodem draagt deze pijp weer de toevoeging Peacemaker, opnieuw met een knipoog naar een gevestigde soortnaam. Technisch gezien is de pijp identiek aan de Falcon, al getuigt de ontwerplijn van grote verdienste. Bij het gebogen model komt de bijzondere hoekige vorm van de steel het best tot zijn recht en zorgt de onverwachte vorm van het zwarte plastic mondstuk voor een optimale eenheid in het ontwerp.

Een andere Engelse variant is de Titan, die ook in de jaren 1960 op de markt komt (afb. 9b). De steel is niet van aluminium maar van roestvrij staal. Opnieuw gaat het om een systeempijp met uitwisselbare onderdelen met een variatie van zes verschillende ketels en drie verschillende mondstukken. Het marktsucces is hier niet overweldigend. Behalve het lekken van de koppen voldoet ook de zwaardere steel minder goed. Het predikaat comfortabel heeft deze pijp nooit gekregen.

Behalve dat de handelshuizen de productie van een systeempijp initiëren, bestaat er ook bij de fabrikanten van aanstekers belangstelling zich op dit product te richten. Uiteraard ligt dit in de lijn van het daar aanwezige machinepark en de toegepaste grondstoffen, terwijl het eindproduct in hetzelfde marktsegment wordt afgezet. De Engelse firma Ronson brengt bijvoorbeeld een systeempijp op de markt, waarvan zowel het ontwerp als de uitvoering rechtstreeks van de Falcon zijn afgekeken. De pijp heeft een steel van natuurlijk aluminium, terwijl een variant in geanodiseerd zwart wordt gemaakt. De ketel is verkrijgbaar in vijf verschillende modellen, zowel in glad als in rustieke versie. Bij de Ronson zijn de verschillen met de Falcon wel heel minimaal en deze systeempijp moet eerder als kopie worden aangemerkt. Detailverschillen zijn overigens van weinig belang voor de verkoop want uiteindelijk wordt het marktsucces van de systeempijp bepaald door het comfort van de pijp en vooral het ontbreken van ongemakken.

Onder de merknaam Colibri wordt een pijp op de markt gebracht die niet strikt genomen een afschroefbare ketel heeft, maar wel opvalt en in dit genre past (afb. 9c). De pijp heeft een bijzondere metalen steel voorzien van overlangse koelribben, waarin een gecompliceerd systeem schuil gaat, inclusief een leren dry ring. Hier is het uitgangspunt niet het snel afgeven van de warmte maar juist de opslag ervan in de tamelijk massieve steel. Uitvinder Hans Lowenthal uit Londen patenteerde de pijp in 1964 op naam van Colibri Lighter Limited (noot 7). Het woord lighter heeft dus absoluut geen betrekking op het gewicht van de pijp en is vanwege de grotendeels massieve aluminium steel zelfs enigszins misleidend. Opnieuw gaat het om een lancering vanuit een fabriek voor aanstekers hetgeen wederom een bewijs is dat het vak van het pijpenmaken met de systeempijp in een andere productiesector terecht is gekomen.

Enigszins vertraagd komt ook op het Europese vasteland een reeks systeempijpen in productie. De firma Ropp uit Saint-Claude, onderdeel van de Oppenheimer groep, verzorgt zo’n pijp die onder twee namen bekend zal worden. Voor de Engelse markt wordt de aanduiding Rocket geadopteerd maar op het Europese continent wordt deze pijp overwegend onder hun eigen merknaam Ropp relax verkocht (afb. 10a-c). Het meest kenmerkend is de hard plastic steel, die overeenkomstig de tijd dan nog met nylon wordt aangeprezen. De steel wordt uitgevoerd in aluminiumkleur en in rood en heeft een profiel van zeven schuins geplaatste kleine rookkamertjes. De vorm van de steel suggereert koeling, doch gezien de slechte warmteopname van het plastic, zal deze pijp veel heter hebben gerookt dan het uiterlijk deed verwachten en de consument van de metalen systeempijp gewend was.

De ketel van de Ropp pijp wordt in twee soorten hout geleverd, waarvan kersenhout voor deze fabriek het meest kenmerkend is. In deze houtsoort waren door de fabriek namelijk al generaties lang pijpen uitgevoerd, gekenmerkt door de licht gepolijste schors van de boomtak als decoratief element. In Engeland start de firma Ropp een grootse prijscompetitie waarbij de pijp dertig procent goedkoper wordt gebracht dan de Falcon (noot 8). Het blijkt echter snel dat afname van tijdelijke aard is, want het product biedt duidelijk minder comfort dan de Falcon roker gewend is. Voor de meeste rokers zal het bij een enkele aanschaf zijn gebleven. Opnieuw gaat het dus om een artikel dat profiteert van een inmiddels gevestigd ontwerp. Voor de echte Falcon roker is de Ropp-systeempijp een teleurstelling omdat de rook te heet blijft. Echter voor de Franse markt is de koelende werking minder van belang want de Fransen roken een zwaardere, nauwelijks gesausde tabak die beduidend minder vocht bevat. Met deze tabak is de Ropp relax beter te roken.

Op de Ropp pijp bestaan verschillende varianten waarvan het onduidelijk is of zij bij dezelfde fabriek zijn gemaakt of dat het kopieën uit andere bedrijven betreft. Een voorbeeld is de Rex, een pijp met een verzilverde plastic steel en een plastic mondstuk. De schroefdraad is enkelvoudig en daarmee identiek aan de Ropp pijpen al passen de koppen van de Viking ook op het frame. Andere Franse versies zijn de Super Twist (afb. 11a-b) en de Aero (afb. 12a-b), die beide in Frankrijk worden gemaakt mogelijk zelfs onder toezicht van Merton. Met hun Engelse merknaam spelen zij in op het Engelse imago van de systeempijp. Ook bij deze producten is een enkelvoudige schroefdraad toegepast. De Super Twist heeft nog iets opmerkelijks in de constructie: hier zit een bout in de houten ketelbasis die ervoor dient om de doorgang van de rook te kunnen reguleren. De pijp wordt zowel in een recht als in een gebogen model gemaakt. De Aero verdwijnt in de jaren 1970 van de markt, de Super Twist wordt langer geleverd.

Een andere bekende systeempijp uit Frankrijk draagt als merknaam Lindbergh en vertoont opnieuw grote overeenkomst met de Dr. Plumb en Falcon pijpen. Zo hebben zij de viervoudige schroefdraad en de losse koppen passen ook op de Falcon en imitaties daarvan. Ook dit artikel bestaat in twee versies: de Lindbergh metallique (afb. 13a-e) en de Lindbergh Spiralo. Beide pijpen zijn op de Nederlandse markt van aanzienlijk belang geweest. Vooralsnog zijn de connecties tussen de Franse Lindbergh en enkele andere producenten van systeempijpen nog onduidelijk. Een kenmerk van de spiralo versie is het verwisselbare plastic schoteltje in de ketelbasis voorzien van een spiraalvormig rookkanaal dat de weg die de rook moet afleggen verlengt.

Een speciaal product van Franse bodem is de Jima pijp (afb. 14a-e) die voor de export ook onder de naam Garland bekend staat. Het gaat om een pijp met een afwijkende vormgeving voorzien van een verzilverde of vergulde metalen framesteel, aan de ene zijde zit een plastic mondstuk en aan de andere een plastic buitenketel. De pijp is in verschillende kleuren plastic geleverd, waarbij zwart en ivoortint het meest populair worden. Moderner zijn gemarmerde versies in pasteltinten, waarvan de verkoop ver beneden ieder niveau blijft. De binnenketel lijkt van meerschuim maar is in werkelijkheid van geperste witbakkende klei gemaakt. In de steel is een heel specifiek filtersysteem aangebracht dat bestaat uit een hoekige gewonden spiraal, de zogenaamde 'filtres serpentins hélicoidaux', die volgens de produdctbeschrijving elektrostatisch zijn. Om bij de filter te komen moet de binnensteel worden losgeschroefd, al is bij andere exemplaren een gebruiksvriendelijker springveersysteem aangebracht. Op de bovenzijde van het mondstuk staat vaak Brevete France & Etranger of Modèle déposé Made in France.

De Jima is ook beperkt in Nederland verkocht en is in zekere zin ook met de Büttnerpijp te vergelijken (noot 9). De moderne uitstraling van de pijp wordt door de fabrikant in de promotie benadrukt. Met spreekt van la pipe de l’an 2000, waarmee benadrukt wordt dat het ontwerp zeker een generatie op zijn tijd vooruit ligt.

De Italiaanse productie van systeempijpen kenmerkt zich door goedkoop met een overvloedig gebruik van plastic stelen en ketels van laagwaardige bruyère. Het blijft onduidelijk in hoeverre de Engelse fabrikanten hierin een outlet vonden voor hun slechte bruyèrekoppen, die op een goedkoop plastic frame werden gezet. Zowel esthetisch als gebruikstechnisch ontstonden bewijzen voor de superioriteit van de Falcon tegenover het laagwaardige Italiaanse industrieproduct.

De merknaam Kayos Spiralo (afb. 15a-f) is de meest bekende en komt het dichtst bij de Lindbergh spiralo. Daarnaast wordt ook een eigen merk als Gigi of Lorenzo (afb. 16a-c) gebruikt. Het product van Lorenzo is een goed voorbeeld van navolging zonder in ontwerp en kwaliteit geslaagd te zijn. De vormgeving is uiterst zwak terwijl het materiaal zowel wat betreft het plastic als wat betreft het hout armoedig zijn. Lorenzo brengt later nog een systeempijp onder de naam Machavelli. Ook Brebbia komt met een pijp met een afschroefbare ketel op de markt, die rond 1960 onder de naam Radiator wordt gelanceerd en tot ver in de jaren negentig in productie blijft. Tenslotte is ook de Eagle dry (afb. 17a-c) een Italiaans product die wel wordt afgemonteerd met Viking koppen. Bij deze pijp is ook de sterke overeenkomst met de Yellow-Bole frappant. Duidelijk is dat er over en weer eindeloos werd gekopieerd.

Dat veel speciale vindingen op het gebied van de removable bowl imitaties van eerdere producten zijn, mag duidelijk zijn. Toch zijn de verschillen steeds evident. De viervoudige schroefdraad van Falcon is de meest vernuftige en kwam reeds ter sprake. Dit systeem wordt alleen toegepast bij hun ondermerk Alco en verder bij Brentford, Aero en Lindbergh. Wel is bij de merken onderling van schroefdraden met verschillende diameters sprake, zodat de ketels toch niet onderling uitwisselbaar zijn. De meest voorkomende tweede soort is de Viking, die als alle andere koppen een enkele schroefdraad heeft.

Behalve in Engeland, Frankrijk en Italië ontstaat de mode van de systeempijp en de productie ervan ook in andere Europese landen. In Duitsland worden door twee pijpenfabrieken systeempijpen gebracht: Denicotea en Design Berlin. In Denemarken brengt de firma Erik Nörding uit Slangerup eveneens een pijp met een kunststof steel en vulcanite roer voorzien van een bruyère ketel. Bij dit product gaat hier niet om schroefkoppen maar om inzetkoppen. De prijsstelling is concurrerend met de Falcon en dat verleent de pijp haar bestaansrecht.

Naast de rechtstreekse navolgingen bestaan er ook pijpen die op het Falcon systeem zijn gebaseerd maar een geheel ander uiterlijk vertonen. Omdat zij later ontstaan incorporeren zij nieuwe verworvenheden zoals het filtersysteem voor het roer van de pijp. Een pijp uit Zweden bijvoorbeeld draagt de naam Brilon Popular (afb. 18a-b) en heeft ook een afschroefbare ketel die gemonteerd is op een nylon basis die weer verbonden is met een ronde steel. In de komvormige ketelbasis kan een schijfje absorberend papier worden gelegd, die het eerste condensvocht absorbeert. Uiteraard is dit afgekeken van de Dry ring van Falcon. In de steel zelf is nog ruimte voor een tweede filter die de rook moet zuiveren. Het uiterlijk van deze Zweedse pijp is meer traditioneel en conform de gangbare bruyèrepijp. Dat de fabrikant geen goed ontwikkeld gevoel voor modellering had bewijst de vorm van het mondstuk dat beslist licht gebogen had moeten zijn.

Hoe internationaal het fenomeen systeempijp is geworden blijkt wel uit het feit dat zelfs de Japanse firma Tsuge een tabakspijp op de markt brengt met een separate ketel, overigens niet met schroefdraad bevestiging maar uitgerust met een klemsysteem. Deze pijpen hebben een extra lange papieren filter in de binnenbuis die aan het mondstuk is bevestigd. Op die wijze staat de rook meer vocht af.

De systeempijp in onze tijd
Tegen het eind van de twintigste eeuw is de hausse aan systeempijpen voorbij. In feite hebben alleen de Falcon en de Kirsten hun tijd overleefd. Bij gelegenheid blijven fabrikanten hun geluk beproeven en brengen de systeempijp met een nieuwe vinding onder de aandacht. Soms betreft dat een variant op iets dat al bestond, andere keren is werkelijk van innovatie sprake maar meestal gaat het om een gematigde tussenvorm. De belangstelling voor de droogroker is geleidelijk naar de achtergrond gedrongen en vervangen voor de filterpijp die in veel landen standaard werd geleverd. Daarmee wordt de systeempijp een aanvulling op het assortiment, als alternatief voor de roker die overlast ondervindt van te veel vocht in zijn pijp.

Aan het eind van de twintigste eeuw komen twee nieuwe producten op de markt, die regelrecht van de systeempijp zijn afgekeken, maar vanuit een nieuwe ontwerpgedachte tot stand komen. De eerste is de in Duitsland gemaakte Future 2000 (afb. 19), een product ook wel aangeduid met Sumerler. De pijp wordt in 1998 gelanceerd en propageert het pijproken in het nieuwe millennium. Uitgangspunt voor deze pijp is opnieuw de afschroefbare ketel, nu niet met een brede ring maar met een schroefbus die in de pijpenkop verankerd zit. Deze tap wordt in een bolvormig einde van een metalen steel gedraaid, zoals dat vijftig jaar eerder al bij de Kristen pijp gebeurde. Aangezien het product in Duitsland wordt ontwikkeld, is de steel voorzien van de bekende filter met negen millimeter diameter. Het mondstuk is van acryl in glanzend zwart of in een imitatie barnsteen. De pijp wordt geleverd in een scala van behoudende kleuren waarin bruin en Bordeaux domineren. De tige is steeds voorzien van een gescreendrukt merk Future 2000, overeenkomstig het tijdvak in digitale letters.

De ketel van de Sumeler wordt uit bruyère gedraaid in vormen die niet in het klassieke modellengamma van de pijp voorkomen. Zij hebben het meeste weg van de bizarre geometrische ketelvormen van de Falcon. Behalve in hout zijn er ook verschillende ontwerpen in glad en opengewerkte meerschuim gemaakt. Juist deze meerschuim koppen accorderen met hun laffe vormen en hun bestorven ivoorkleur absoluut niet met de modernistische uitstraling van de steel. Ook de Future 2000 wordt geen marktsucces. De pijp is te zwaar van gewicht en de hefboomwerking maakt roken met de pijp tussen de tanden oncomfortabel. Het probleem van de Kirsten pijp uit de jaren dertig dient zich hier opnieuw aan en nuchter beschouwd vertoont de Future 2000 grotere overeenkomst met de Kirsten dan met de Falcon. De naam lijkt wel te zijn afgekeken van de slogan van de Jima, die dertig jaar eerder al sprak van de pijp van het jaar 2000.

Gelijktijdig met de Future 2000 verschijnt vanuit het Franse Saint-Claude de Dauphine op de markt (afb. 20), gelanceerd door de fabriek Ewa. In feite is niet zozeer sprake van een systeempijp maar eerder van een driedelige pijp: een separate bruyère ketel, een steel van een afwijkende houtsoort en een acryl mondstuk. Bij dit product heeft de fabrikant weer gekozen voor de traditionele boring zonder filter. De ketel heeft een cilindrische tap die in de steel klemt. Aan de basis is een rubberen ring aangebracht bedoeld om eventuele valse trek tegen te gaan. In feite doet deze ring nauwelijks dienst aangezien het rubber onvoldoende tussen beide onderdelen klemt. De pijp wordt geleverd in verschillende kleuren: de ketels zijn bruin, zwart of groen, de steel is soms van blank hout gemaakt, in andere gevallen is deze glanzend zwart gespoten. Ook in de mondstukken zijn kleurnuances aangebracht, hetgeen de moderne acryl grondstof mogelijk maakt en het product een vrolijk voorkomen geven. De merknaam wordt in het hout van de tige gepreegd.

Kort daarop herleeft de belangstelling voor de Falcon vanuit een andere invalshoek. Door de Turkse pijpenhandelaar en exporteur Levent Yügüzür uit Iskezir wordt een nieuwe systeempijp à la Falcon op de markt gebracht (afb. 21). Het systeem van de afschroefbare ketel is gehandhaafd, maar gezien de plaats van vervaardiging worden deze alleen in meerschuim geleverd. Vanwege de kwetsbare aard van het meerschuim moet onderaan de ketel een plastic schroefbodem worden aangebracht, die onzichtbare bevestiging in de schotel van de steel mogelijk maakt, terwijl de flexibiliteit van het plastic tevens valse trek moet voorkomen. De afwerking van de steel oogt als aluminium doch deze wordt van kunststof gemaakt, die heel knap wordt gespoten zodat zij niet van aluminium te onderscheiden is. Aan de onderzijde van de steel, bij de aanhechting van de ketel is het merk EP te lezen. De boring in de meerschuim ketel geeft aanvankelijk wat problemen. Men lanceert de pijp met een enkel geboord gat, dat de rook in de onderkamer toelaat. Na twee jaar wordt onderin de ketel een ruimere boring toegepast waarin een los cirkelvormig steentje wordt aangebracht, dat is voorzien van vier groeven die vier nauwere rookkanalen creëren. Door de kleine boringen is het risico dat as en tabakskruim in de ketelbasis terecht komen geminimaliseerd. Voordeel van de pijp is onmiskenbaar het prachtige meerschuim dat een maximale absorptie waarborgt. Het plastic roer geeft daarentegen niet de gewenste compensatie en bij vochtige rokers kan condensvorming in de steel ontstaan.

In de 21ste eeuw is de eerste generatie Falcon rokers vrijwel uitgestorven. Als product heeft de Falcon meerdere fasen doorlopen. Van ultra moderne vinding zakt zij af naar een pijp voor een breed publiek voor wie de droogroker een must is. Langzaam aan verburgerlijkt het artikel dat gaat horen bij de conservatieve roker. Eind jaren tachtig ziet men de Falcon als ouderwets om rond de milleniumwende een zekere revival te beleven. Ook de Kirsten pijp, die altijd op de markt blijft, kenmerkt zich door een vergelijkbare levensloop al is dit specifieke ontwerp nooit zo populair geworden. Rond de laatste eeuwwisseling melden zich nieuwe, jonge pijprokers met belangstelling voor het oorspronkelijke ontwerp. De futuristische uitstraling van de pijp sluit aan bij hun hang naar de fifties, een periode die dan als hot wordt ervaren. Deze jeugdige rokers zijn de nieuwe klanten, zij het dat de ware rage van weleer nooit zal terugkomen. Daarvoor is het aantal pijprokers te sterk afgenomen en deze schaarse jeugdigen behoren tot een selecte groep die geen economische impuls teweeg brengt.

Voor de Falcon van Merton of London blijft wereldwijd een zekere vraag bestaan maar mogelijkheden voor innovaties ziet men blijkbaar nauwelijks, enkele aanpassingen daargelaten. Zo wordt een nieuwe afwerking van de ketel gemaakt, bekend onder de naam dress, die in mat zwart wordt uitgevoerd. Daarmee beoogt de fabrikant het product een chiquere uitstraling te geven. Enige tijd later wordt de basiskleur bruin voor de metalen steel uitgebreid met enkele frisse moderne kleuren zoals rood, geel, blauw en paars. Die veranderingen moeten de garantie geven voor de vernieuwde, moderne uitstraling van de pijp. Inmiddels schijnen er wereldwijd meer dan 44 miljoen Falcon-pijpen te zijn verkocht terwijl het aantal look-alikes niet te schatten is. Daarmee is absoluut een verkooprecord ontstaan voor één bepaald pijpmodel. De naam Falcon is definitief synoniem geworden voor de lichtgewicht systeempijp en het gigantische marktsucces van Falcon positioneert de talloze andere vindingen als eendagsvliegen.

© Don Duco, Stichting Pijpenkabinet, Amsterdam, 2006.

Afbeeldingen

1a-e. De Kirsten pipe met gerustificeerde zwarte ketel en vierkante aluminium steel en variant met een kleinere ketel van gepolijste bruyère. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington), USA, 1975-1985.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 398, Pk 17.641

2a-e. Systeempijp bekend onder de naam Bryson met aluminium steel met binnenwerk en schroefketel van geperste bruyère met houtnerfbeschildering. Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië), USA, 1960-1965.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 17.899

3a-h. Verschillende productbijsluiters, folders en advertenties voor de Falcon pijp. Falcon Pipes Ltd., Brentford, Engeland, 1960-1990.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet documentatie

4a-g. De kenmerkende Falcon pipe met detailopnames van de getordeerde steel, het merk de adelaarskop op het mondstuk en de merken en codes op de onderzijde van de ketel. Falcon Pipes Ltd., Brentford, Engeland, 1960-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 227

5a-d. De variant op de Falcon met de naam Alco, een nieuwe ontwerplijn voor een kleinere sportievere tabakspijp in gemoffeld aluminium, inclusief het hygiënische hoesje rond het steeleind. Hier met ketelmodel spool. Falcon Pipes Ltd., Brentford, Engeland, 1960-1970.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 820b

6a-c. De Falcon International Filter Pipe uit 1977 die inspeelt op het gezonde roken en het gebruik van separate filters, het aluminium van de steel en de ketelbasis is met kunststof gecamoufleerd. Falcon Pipes Ltd., Brentford, Engeland, 1977-1980.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 12.444

7a. De Amerikaanse Dr. Grabow Viking, een waardige imitatie van de Falcon pijp met koelribben aan de bovenzijde van de steel, in 1954 gepatenteerd. USA, 1960-1970.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 3.289

8a-c. De beroemde Yello-Bole van de firma Kaywoodie, gepatenteerd in 1956. Let op de prachtige rondlopende koelribben. Penacook, New Hampshire, USA, 1960-1970.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 4.848

9a. Bijzonder vormgegeven systeempijp met de naam Peacemaker voorzien van een gebogen steel waarin een bijzondere schwung. Britain's Best Briar, Londen, Engeland, 1965-1975. Daarbij twee advertenties voor de Engelse Titan (afb. 9b) en de Colibri (afb. 9c), de eerste een variant op de Falcon, de tweede met een eigen vormgeving met systeemsteel.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 18.407

10a-c. De Ropp relax systeempijp met een kersenhouten ketel met aantrekkelijke boombast buitenzijde geplaatst op een rode plastic steel met zeven semi-koelruimtes. Ropp, Saint-Claude, Frankrijk, 1960-1970.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 18.406

11a-b. Een van de vele lagere goden, de Super Twist, gemaakt volgens het concept van Falcon bij een van de concurrerende bedrijven. Het aluminium heeft hier nog een goede kwaliteit. Frankrijk,1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 2.773a

12a-b. Een vinding van gemiddelde kwaliteit met het merk Aero. Let op de bout in de ketel voor de luchtregulatie. Frankrijk, 1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 4.693

13a-e. De Lindbergh met een afgeplatte steel voorzien van rijen rechthoekige openingen langs de buitenrand, uitgevoerd in blank metaal en gemoffeld bruin zoals Falcon ook leverde. Lindbergh, Frankrijk, 1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 2.327

14a-e. Systeempijp van het merk Jima met een framesteel met filtercompartiment, het mondstuk en de ketel van hard plastic, de binnenketel is van keramiek. Berrod-Regad-Groep , Saint-Claude, Frankrijk, 1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 2.862, Pk 11.905ab

15a-f. De Kayos-Spiralo uit Italië, een goedkope systeempijp van inferieure makelij uitgevoerd met een meerschuimen ketel of met een ketel van bruyèrehout. Italië, 1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 814, Pk 7.473

16a-c. Een goedkope systeempijp van Lorenzo, de steel is niet alleen van een matige kwaliteit plastic maar is te grof van modellering en dus onelegant van vormgeving. Lorenzo, Gallarate, Italië, 1975-1980.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 2.301

17a-c. De Eagle Dry, een goedkoop Italiaans frame dat kan worden afgemonteerd met koppen van Yello-Bole, waarop ook de vormgeving is geïnspireerd. Italië, 1975-1980.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 3.734

18a-b. De Brilon popular, een systeempijp met afneembare houten ketel en plastic basis en roer. Op de bodem van de ketel een absorberende ring en in de steel een dito filter. Zweden, 1965-1975.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 292

19. De Future 2000 of Sumeler bestaande uit een aluminium steel met filtersysteem en een geometrische ketel met schroeftap, Duitsland, 1998-1999.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 822a-c

20. Tabakspijp met afneembare ketel op houten basis gelanceerd onder de naam Dolphin. EWA, Saint-Claude, Frankrijk, 1998-2000.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 1.030ab

21. Systeempijp van het type Falcon met plastic steel en blokmeerschuim ketel, op de steel het merk EP. Levent Yügüzür, Iskezir, Turkije, 2001.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 301

Noten

1. Ook wel Works genoemd. De producten uit deze episode worden op de verpakking gemerkt met D.M.W Inc.Chicago Ill.

2. Otto Pollner, ‘Patented pipe systems, then and now’, The Pipe Year Book 1999, Paris, 1999, p 119.

3. G. Guyot, Les pipiers Français, Paris, 1991, p 57.

4. Productie-uitbreiding in Ierland bij Presbar die de stelen gaat maken. De Ierse koppen werden in Leixlip gemaakt door Hunt Associates Ltd, een joint venture tussen George Hunt en enkele Ierse zakenlieden.

5. Charles Graves, A pipe smoker’s Guide, London, 1969, p 105 e.v.

6. Alexis Libaert & Alain Maya, The Illustrated History of the Pipe, London, 1994, p 202.

7. US patent D204.652.

8. Jacques P. Cole, ‘The dangers of new ideas and trends’, The Pipe Year Book 1996, Paris 1996, p 77.

9. Don Duco, Büttner, een rookmachine van een alternatief materiaal, Amsterdam, 2002.

1a. De Kirsten pipe met gerustificeerde zwarte ketel en vierkante aluminium steel. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington), USA, 1975-1985.
1b. De Kirsten pipe met de onderdelen uiteengeschroefd. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington), USA, 1975-1985.
1c. Kirsten pipe met gepolijste bruyère ketel, vierkante aluminium steel. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington).
1d. Het ingeslagen merk op de steel van de Kirsten pipe. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington).
1e. Vermelding van het patent op de onderzijde van de steel van de Kirsten pipe. Kirsten Pipe Company Inc., Seattle (Washington).
2a. Bryson met aluminium systeemsteel en schroefketel. Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië).
2b. Bovenkant van de Bryson met aluminium systeemsteel en schroefketel. Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië).
2c. De Bryson in onderdelen uiteengeschroefd. Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië)
2d. Onderzijde van de ketel van de Bryson met aluminium inzet met schroeftap. Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië)
2e. Inwendige ketel van de Bryson waarin centraal de kruiskop bout voor luchtregulering, Briarwood Corporation, Palo Alto (Californië)
3a. Diagram uit de publicatie van Graves die het systeem van de Falcon uitlegt, 1969.
3b. Instructieve tekening voor de absorberende filterring in de basis van de Falcon, c. 1974.
3c. Bijsluiter met productreclame van de Falcon, 1965.
3d. Tijdschriftadvertentie voor de Falcon, 1974.
3e. Tijdschriftadvertentie voor de Falcon met erbij geschenkverpakkingen van tabak, 1975.
3f. Tijdschriftadvertentie voor de Falcon pijp in zijn verschillende uitvoeringen, 1976.
3g. Advertentie voor de Falcon Bent, het gebogen model, 1980.
3h. Moderne bijsluiter voor de Falcon, 1998.
4a. De kenmerkende Falcon pijp met zijn donkere houten ketel en aluminium steel.
4b. Meer overeenkomst dan verschil: de Falcon pijp met een andere ketel.
4c. De wat later geïntroduceerde Falcon met gebogen steel.
4d. Het merk de adelaarskop aan de bovenzijde van het mondstuk van de Falcon.
4e. Het spiraalvormige rookkanaal tussen het frame van de steel, op de nok onder de ketel staat het fabrieksmerk.
4f. Het merk Falcon op de nok onder de ketel, in de imbus van de ketel is het serienummer aangebracht.
4g. De ketel van de steel geschroefd maakt de condensor zichtbaar.
5a. De Alco, een variant op de Falcon met een zeskante elegante steel.
5b. Een Alco met een geheel ander silhouet op een gerustificeerde ketel met gladde filtrand met een grote diameter.
5c. Het beschermhoesje om het mondstuk waarop het merk de adelaarskop over een wereldbol en een waarschuwing dat het mondstuk niet van de steel kan worden gedraaid.
5d. Geometrische ingesnoerde gezandstraalde ketel met modelnaam spool van de Alco op kleur gebracht om met de steel te accorderen.
6a. De Falcon filter pijp met een basis van aluminium bekleedt met kunststof, in de steel kan een filter worden geplaatst.
6b. Het merk adelaarskop op de steel en het oorspronkelijke beschermhoesje om het mondstuk van de pijp.
6c. De ketel van de pijp geschroefd met centraal in de schotel de condensor.
7a. De Amerikaanse Dr. Grabow Viking, een waardige imitatie van de Falcon pijp, in 1954 gepatenteerd
7b. De Dr. Plumb peacemaker als tegenhanger van de Amerikaanse Dr. Grabow pijp.
8a. De Amerikaanse Yello-Bole van de firma Kaywoodie, gepatenteerd in 1956. Penacook, New Hampshire.
8b. Bovenaanzicht van de Yello-Bole van de firma Kaywoodie. Penacook, New Hampshire.
8c. Ketelbasis van de Yello-Bole met het merk.
9a. De opmerkelijk vormgegeven droogroker van BBB.
9b. De Titan, een andere Britse tegenhanger van de Falcon.
9c. De Colibri-systeempijp met een eigen vormgeving als tegenhanger van de Falcon.
10a. De systeempijp van Ropp uit Frankrijk met rood plastic frame en een ketel van kersenhout.
10b. De onderzijde van de ketel van de Ropp-pijp met het merk, in de steelaanzet zijn de zogenaamde luchtcompartimenten te zien.
10c. De kersenhouten ketel van de framesteel afgeschroefd.
11a. Een van de vele lagere goden, de Super Twist, gemaakt volgens het concept van Falcon bij een van de andere bedrijven.
11b. onderzijde van de ketel met intaglio merkaanduiding van de Super Twist.
12a. Volledig in de stijl van de Alco is hier van een Frans product sprake.
12b. De ketel van de Aero van het frame geschroefd met de bout in de ketel voor luchtregulatie.
13a. De Lindbergh metallique gekenmerkt door zijn platte steel met rechthoekige openingen.
13b. Onderzijde van de Lindbergh metallique met preegmerk.
13c. De Lindbergh in een bruine gemoffelde versie zoals die ook bij Falcon worden gemaakt.
13d. Bovenzijde van de Lindbergh.
13e. Onderzijde van de Lindbergh waar de rechthoekige openingen in de steel duidelijk te zien zijn.
14a. De Jima met framesteel en ketel en mondstuk van ivoorkleurig plastic.
14b. Bovenzijde van de Jima waarbij de framesteel goed zichtbaar is, inclusief het beweegbare filtergedeelte. Frankrijk.
14c. Het mondstuk van de Jima met in vlot schrift de merknaam met zilverfolie verduidelijkt.
14d. De Jima met framesteel en ketel en mondstuk van zwart plastic.
14e. Bovenzijde van de Jima waarbij de framesteel goed zichtbaar is, inclusief het beweegbare filtergedeelte. Frankrijk.
15a. De Kayos-Spiralo, een Italiaanse versie van de systeempijp.
15b. Bovenaanzicht van de Kayos-Spiralo uit Italië met de openingen in de steel zichtbaar.
15c. Een andere versie van de Kayos-Spiralo, hier met een bruyèrehouten ketel.
15d. De bovenzijde van de Kayos-Spiralo uit Italië
15e. De onderzijde van de Kayos-Spiralo met het gebruikelijke intaglio opschrift waarin de merknaam.
15f. Advertentie van de Kayos waarin het sytsteem met de vochtring wordt getoond.
16a. Onelegant van vormgeving en laagwaardig van materiaal, een systeempijp van Lorenzo
16b. De bovenzijde van de Lorenzo waarbij de weinig elegante steel zichtbaar wordt.
16c. De onderzijde van de ketel waarop in reliëf met logo van Lorenzo met het kenmerkende pijpje dat door de letter O steekt.
17a. De Italiaanse Eagle Dry met een vierzijdig afgevlakte gerustificeerde ketel.
17b. Onderzijde van de Eagle Dry met een reliëfmerk, de koelribben zijn afgekeken van de Amerikaanse Yello-Bole.
17c. Detail van de ketelbodem met opschrift Eagle Dry en land van herkomst.
18a. De wonderlijk vormgegeven Brilon popular met afneembare zwarte houten ketel op een kunststof basis, Zweden.
18b. De Brilon popular zonder de ketel waarbij de vochtabsorberende ring op de ketelbodem en een stukje van de filter uit de steel zichtbaar zijn.
19a. De Future 2000 of Sumeler met een bolle ketel op een aluminium steel met filtersysteem, Duitsland, 1998-1999.
19b. De Future 2000 of Sumeler met een geometrische ketel op een aluminium steel waarin een filtersysteem, Duitsland, 1998-1999.
19c. De Future 2000 of Sumeler met een meerschuimen ketel op een aluminium steel waarin een filtersysteem, Duitsland, 1998-1999.
20a. Tabakspijp met afneembare ketel op houten basis gelanceerd onder de naam Dolphin. EWA, Saint-Claude, Frankrijk, 1998-2000
20b. Bovenzijde van de tabakspijp met afneembare ketel op houten basis gelanceerd onder de naam Dolphin. EWA, Saint-Claude, Frankrijk, 1998-2000
21a. Etui waarin de systeempijp van het type Falcon met plastic steel en blokmeerschuim ketel. Levent Yügüzür, Iskezir, Turkije, 2001
21b. Zijkant van de systeempijp van het type Falcon met plastic steel en blokmeerschuim ketel. Levent Yügüzür, Iskezir, Turkije, 2001
21c. Ketel inwendig met het steentje met de vier rookkanalen. Levent Yügüzür, Iskezir, Turkije, 2001
21d. Onderzijde met merk EP in de stijl van de Falcon. Levent Yügüzür, Iskezir, Turkije, 2001

< back
<< home

Amsterdam Pipe Museum - the worldwide culture of pipe smoking
©
copyright Amsterdam Pipe Museum - voorheen Pijpenkabinet, Amsterdam

klik hier voor
adres