artikel

Oude technieken in modern rookgerei

Door Don Duco

De berg Fuji is met zijn 3,776 meter niet alleen de hoogste maar onmiskenbaar ook de bekendste berg van Japan. Bij helder weer is de besneeuwde top van de Fuji vanuit Tokyo te zien. Samen met de Tate en de Haku behoren zij tot de drie heilige bergen. Door zijn perfect symmetrische vorm heeft de Fuji veel schilders en tekenaars geïnspireerd. De karakteristieke vorm van de berg is gevolg van zijn oorsprong als vulkaan. Overigens wordt hij niet langer als actief beschouwd aangezien de laatste eruptie uit het begin van de achttiende eeuw dateert. Het vulkanische ontstaan betekent dat de berg zelf mineralen oplevert die door keramisten benut zijn. Het lavasteen, de zogenaamde Fujiyama lava, wordt al enkele generaties door pottenbakkers gebruikt om hun producten te glazuren. Dankzij de meer dan dertig verschillende mineralen geeft deze aan het glazuur een bijzondere tint en textuur. Niet verwonderlijk dat deze grondstof voor talloze potters een bijzondere uitdaging vormde.

Het bekendste product van deze Fujiyama lava is uitgevoerd in de zogenaamde Mashiko-yaki techniek die is ontwikkeld aan het eind van de Edo-periode (1603-1867), toen deze geschikte klei in de omgeving van Mashiko werd ontdekt. In die tijd ontstond een aardewerkindustrie van voornamelijk gebruiksgoed dat gedurende de Meiji (1868-1912) en de daarop volgende Taisho (1912-1926) algemeen gangbaar was. Het gaat om aardewerk met een betrekkelijk zachte scherf bedekt met de mineraalrijke loodglazuur.

De toepassing van de lavaglazuren kreeg nieuwe kansen toen de kunstpottenbakker Hamada Shoji in de jaren 1920 naar dat gebied verhuisde. Hij gebruikte de inmiddels bekende materialen en technieken voor kunstaardewerk en maakte daarmee internationale promotie. Het gevolg was dat talloze buitenlandse vakgenoten geïnteresseerd raakten in de minerale glazuren van Mashiko en de specifieke stooktechnieken. Deze wisselwerking zorgde ook in Japan voor nieuwe inspiratie. Mashiko aardewerk is nog altijd algemeen als gebruiksgoed in de handel, maar dankzij de experimenten van de kunstpottenbakkers is het voorkomen gevarieerder geworden. Uit het product spreekt nu sterker het individualisme van de pottenbakker.

De plaats Mashiko is ook vandaag de dag nog een beroemde pottenbakkersplaats waar zo'n vierhonderd werkplaatsen te vinden zijn, van kleine familiebedrijfjes tot heuse fabrieksbedrijven. Bijzonder aan de nijverheid is dat de sfeer van het landelijke, volkskunstige gecombineerd wordt met de nieuwe impulsen van de kunstpottenbakker die de mogelijkheden van de lokale grondstoffen verder exploreerde. De techniek is voortgezet tot op de dag van vandaag: nog altijd komen er naast gebruiksgoed ook artistieke keramische objecten tot stand.

Keramiekkunstenaar Takashi is zo'n hedendaagse ambachtsman die in de stad Mashiko werkt en daar zijn inspiratie opdoet. Overigens is Takashi opgeleid als Raku pottenbakker, een nog veel oudere traditie die hij nog altijd toepast. Typerend voor de Japanse cultuur met een hoog respect voor de leermeester nam hij de naam van zijn grote voorbeeld aan en signeert vaak met de naam Chojiro, de beroemdste zestiende eeuwse pottenbakker. De jonge ceramist werkt in twee traditionele technieken: draaiwerk gecombineerd met handvorm. Zijn producten voeren terug op oude, primitieve technieken in de beproefde grondstoffen uit de streek al komt hij als potter van deze tijd tot volledig nieuwe scheppingen. Zijn specialisme is rookgerei voor de 21st eeuw, in het bijzonder alternatieve pijpen.

Qua vormgeving vertonen zijn pijpen een wonderlijke tweestroom. Enerzijds zien we de kenmerken van de traditionele Japanse kiseru, terwijl zij gebruikstechnisch juist op de hedendaagse hype van de bong geïnspireerd zijn. Vier van zijn pijpen zijn recentelijk aan de collectie van het Pijpenkabinet toegevoegd als voorbeelden van hedendaagse ceramische objecten met een artistieke achtergrond. Twee van deze pijpen vertonen onverwachte vormen die vooral doen denken aan de blow fish. Deze pijpen hebben een buikig model, aan de bovenzijde verhoogd met een komvormige ketel; het mondstuk zit op de plaats van de vissenstaart. Een gaatje om lucht aan de rook toe te voegen zit op de plaats van de denkbeeldige vissenbek.

Naast de excentrieke vorm en de bijzondere oppervlaktebehandeling vallen de inscripties en signaturen op. Deze ingekraste opschriften zijn in de nog natte klei aangebracht en raakten gedeeltelijk met glazuur gevuld. Zij vermelden wetenswaardigheden die de kunstenaar wil overdragen. Zo is bij de oranjegetinte pijp (afb. 1) de techniek gedraaid en dan handafgewerkt vermeld, inclusief de signatuur bestaande uit de karakters cho-ji-ro voor de naam. Verder staan er de tarotsymbolen voor power en tank. Bij de andere pijp (afb. 2) zien we naast de karakters van de denkbeeldige leermeester de ware naam van de maker ta-ka-shi. Hier zijn de tarotsymbolen fool en sunshine toegevoegd.

Omdat het om handgemaakte objecten gaat, toont iedere schepping weer een onverwachte variatie. Die komt niet alleen tot uiting in het formaat, maar ook in de vorm. Zo is bij de grotere pijp het mondstuk comfortabeler uitgewerkt. Textuur en afwerking geven echter het grootste onderscheid. Bij de kleinere pijp is zeer schaars met loodglazuur gewerkt, bij de grotere juist bijzonder scheutig. Tijdens het stoken van de producten wordt lucht in de oven toegelaten en wanneer het object gaar is wordt het abrupt uit de hete oven gehaald en in water ondergedompeld. De invloeden van de luchtstroom en de schrik van het afkoelen bepalen de uiteindelijke kleur en textuur van het voorwerp.

De twee standaard rookpijpen van Takashi hebben een onopvallende vormgeving waarvan het model naar de Japanse kiseru verwijst. De buisvorm met een opening aan beide zijden - die aan de achterzijde om gewone lucht toe te laten - en de trechtervormige ketel op afstand van het einde, bieden qua silhouet ogenschijnlijk weinig uitdaging. Toch is deze soms rond van doorsnee, dan weer neigt deze naar het driehoekige. Bij dergelijke pijpen gaat de kunstwaarde overwegend uit naar de toegepaste glazuren. Voor Takashi is de vormgeving ondergeschikt aan de textuur van de huid, want voor hem ligt de objectwaarde overwegend in de toegepaste glazuren en de effecten van de baktechniek. Daardoor zijn tinten en kleureffecten, volle of schrale glazuurlagen ontstaan die hem interesseren. Soms speelt de body mee in het eindresultaat, in andere gevallen blijft deze zelfs onzichtbaar.

Het eerste buisvormige exemplaar (afb. 3) is gemaakt van roodbakkende steengoedklei verschraald met lavagruis. Hier is vooral de stroperige bruingetinte glazuur uniek, met daarin besloten een gamma aan andere kleuren waarin donkerrood en zwart overheersen. Een dergelijke kleur is met geen verf te mengen. Door de stroperige dikte van het glazuur, dat op het moment van smelten stolde, is een wonderlijk aantrekkelijke huid ontstaan.

Tijdens het verblijf van Takashi in Enschede dit jaar kwam de laatste pijp tot stand: een buisvormig exemplaar met overlangse groeven (afb. 4). Hier is met de in Nederland beschikbare witbakkende steengoedklei gewerkt, die beduidend saaier is omdat de door de Mashiko pottenbakkers gebruikelijke verschaling achterwege bleef. Door in Nederland de specifieke wijze van stoken met houtskool en toelating van veel lucht te introduceren, werd een geheel nieuwe textuur verkregen, die aan de buitenzijde prachtig getint is. Mondstuk, eindstuk en binnenketel zijn licht met transparant glazuur aangezet. Zelfs nu de pottenbakker voor hem atypische grondstoffen gebruikt, heeft hij een resultaat bereikt dat voldoet aan de Japanse esthetica. Met zijn fascinatie voor stooktechniek en glazuur creëerde Takashi zelfs met Europese klei een volstrekt on-Europese structuur. Beide kiseru-genres dragen op de onderzijde een eenvoudige ingekraste signatuur met alleen de naam van de maker.

Takashi markt zijn producten onder de benaming Fujiyamabong, onder invloed van het web aaneengeschreven, maar in Japanse karakters een naam in drie delen. De keramist geeft met deze naam openlijk uiting aan de specifieke rookfunctie verbonden aan de ceramieksoort uit de berg Fuji. De maker is zich overigens goed bewust van de artistieke kwaliteit van zijn werk. Wie niet getraind is in het beoordelen van Oosterse keramiek kan zich verbazen over de economische waarde die de kunstenaar zelf aan zijn scheppingen toekent. De voor onze begrippen geweldig hoge prijsstelling maakt in ieder geval dat deze pijpen tot de categorie exclusieve rookinstrumenten blijven behoren.

Wat nou precies de positie van dit rookgerei is onder 's-werelds rooktoestellen valt nu nog niet te bepalen. Zeker is dat in een omvangrijke collectie als die van het Pijpenkabinet, die naast veel standaardpijpen ook talloze zonderlinge voorwerpen huisvest, deze pijpen niet misstaan. Vooralsnog blijven de pijpen van Takashi voorbeelden van moderne pijpen in oude technieken als is dat geen garantie dat het om uniek en eenmalig werk gaat. Of het voorwerpen zijn die in de tijdslijn een schakel tussen de ene en de andere ontwikkeling zijn, dat zal de tijd moeten leren. Slaat het voorwerp aan dan worden deze curiositeiten plotseling de oervorm van een bepaald kernstuk, in andere gevallen raken zij in de vergetelheid. Dankzij dit epistel zal dat laatste met deze pijpen minder snel gebeuren.

© Don Duco, Stichting Pijpenkabinet, Amsterdam, 2010.

Afbeeldingen

1. Bong in de vorm van een blow fish met tweezijdig afgeplatte vorm, roodachtige keramiek voorzien van inscripties en afgewerkt met accenten in loodglazuur. Japan, Mashiko, Takashi, 2010.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.266

2. Bong in de vorm van een blow fish met tweezijdig afgeplatte vorm, grijzige ceramiek voorzien van inscripties en afgewerkt met overvloedig loodglazuur. Japan, Mashiko, Takashi, 2010.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.267

3. Buisvormige rookpijp in het genre van de Japanse kiseru, driehoekige diameter met stroperige donkergetinte glazuur in matte tint. Signatuur aan de onderzijde. Japan, Mashiko, Takashi, 2010.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.269

4. Buisvormige rookpijp in het genre van de Japanse kiseru, gecanneleerd met accenten in transparante loodglazuur. Signatuur aan de onderzijde. Nederland, Enschede, Takashi, 2010.
Amsterdam, collectie Pijpenkabinet Pk 20.268

bong in de vorm van een blow fish. Japan, Mashiko, Takashi, 2010
aanzicht vanaf het mondstuk met het opvallende natuurmodel, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
de onderzijde van de rookpijp met ingekraste signaturen en opschriften, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
zijaanzicht van de blow-fish pijp bedekt met bijzondere glazuren, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
de grillige vormen van de blow-fish pijp schuin van voren gezien, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
de onderzijde van de rookpijp met de ingekraste opschriften, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
buisvormige rookpijp in de stijl van de traditionele kiseru, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
Japanse karakters als ingekraste signatuur op de onderzijde van de pijp, Japan, Mashiko, Takashi, 2010
overlangs geribde rookpijp in Nederland gemaakt in raku techniek, Enschede, Takashi, 2010
ingekraste signatuur op de onderzijde van de rookpijp, Enschede, Takashi, 2010

< back
<< home

Pijpenkabinet - nationaal museum met de internationale collectie
© copyright Pijpenkabinet, Amsterdam

klik hier voor
adres