Pijpen van verschillende materialen

Naast de geijkte materialen als klei, porselein, meerschuim en hout zijn allerlei andere materialen voor de vervaardiging van pijpen gebruikt. Wat bijvoorbeeld te denken van een pijp geslepen uit agaat, waarbij de tint en tekening het voorwerp exclusiviteit geeft. Een absolute rariteit is ook een pijp uit de schaar van een krab gesneden en voorzien van een volkskunstige decoratie.

Niet bijster geschikt om uit te roken is glas, al zijn hiervan talloze voorbeelden bekend. Voor metaal geldt hetzelfde: het geeft de warmte te snel door. In Kampen was een zilveren pijp lange tijd een traditioneel geschenk voor jonggehuwden. Veel Zweedse plattelanders rookten uit een pijpje van gesmeed ijzer, waaraan een houten steel om de rook te koelen.

Ook talloze dierlijke materialen zijn gebruikt, zoals buffelhoorn of ivoor. Vanaf 1870 komen pijpen van kunststof in gebruik. De pijp van pararubber is de belangrijkste, waarvan de ketel werd voorzien van een inzet in keramiek of meerschuim. Vanaf 1930 worden dergelijke pijpen met een schroefkop van bruyèrehout gemonteerd.

Metaal vindt vanaf de jaren negentiendertig nieuwe opgang met de systeempijp, waarbij het lichte aluminium voor koeling en rookcomfort zorgt. Van de beroemde Falcon en Kirsten pijpen zijn vele miljoenen exemplaren verkocht. Zelfs tegenwoordig is deze pijp nog altijd populair.

Tabakspijp met hoge vierzijdige ketel van agaat met zilvermontage. Duitsland, Idar-Oberstein, 1820-1880. Tabakspijp gesneden uit de schaar van een krab en versierd met een primitieve reliëfvoorstelliong. Koloniaal werk, 1870-1900.
Eenvoudige glazen sigarenhouder met opgelegde glasaccenten. België ?, 1880-1910.
Sigarenhouder van zilver gemaakt in een tweedelige mal en veel gebruikt bij huwelijken. Kampen, 1870-1910.
Zogenaamde stummel van porselein met portret van een pijprokende man, gegoten bronzen klepdeksel. Duitsland, 1830-1850.
Tabakspijp van roodkoper versierd met zilveren accenten alsof het om een Goudse reliëfpijpenkop gaat. Duitsland ?, 1750-1850.
Tabakspijp met kromkop ketel en koepelvormig klepdekseltje, het houten roer ontbreekt. Zweden, 1850-1900.
Sigarenspits, zogenaamd tipmodel met conisch model gesneden uit paarlemoer, de rand van goud. Frankrijk ?, 1890-1910. Twee sigarenhouders van buffelhoorn met een tussenstukje van imitatie dierenhuid. Frankrijk, 1880-1920. Sigarettenpjipje van buffelhoorn, de basis van de ketel een voetbal- of rugbyschoen, de ketel zelf een bal. Indonesië, 1950-1980.
Tabakspijp van ivoor met in de steel bandjes ebbenhout. Kongo, 1950-1960.
Pijp van caoutchouc in de vorm van een negerin met parelsnoer, de details met verf geaccentueerd, klei binnenketel, Frankrijk, 1935-1950.
Amerikaanse systeempijp met aluminium steel met koelribben en inwendig filtersysteem, de ketel is verwisselbaar. Amerika, Kirsten,1960-1980.
Tabakspijp van catouchouc in de vorm van een vrouwenbeen, de tabak wordt in de bruyère opschroefketel gebrand. Frankrijk, Saint-Claude, 1935-1950. Tabakspijp in de vorm van een pistool van caoutchouc, de opschroef-ketel van bruyèrehout. Frankrijk, Saint-Claude, 1935-1955.
Bijzondere sigarenhouder van aluminium met een koelsysteem voor optimaal droge rook. Amerika, Kirsten,1960-1980.
Nog in de originele verpakking: een systeempijp uitgevoerd in aluminium met rond de ketel koelribben. 1960-1970.

Amsterdam Pipe Shop is gespecialiseerd in voorwerpen zoals op deze pagina afgebeeld.© copyright Stichting Pijpenkabinet