Pijpen uit Afrika

Reizend door Afrika komen we een brede keuze aan tabaks- en andere rookpijpen tegen. Bij de Massai wordt dierlijk bot gebruikt voor het maken van een pijp. Congolese stammen bekleden een noot met een bruine lijnstof en vormen zo een pijp.

In artistiek opzicht het beste zijn de pijpen van het goudvolk de Ashanti. De spreekwoorden die men daar bezigt worden op toepasselijke wijze in pijpen verbeeld. Het gaat om prachtige aardewerken pijpen, kunstig door pottenbaksters gevormd en in rood of zwart baksel afgeleverd. Soms is de ingekraste of ingesneden decoratie met kalk of krijt ingewreven.

Noordelijker in Ghana leven stammen met minder verfijning in hun pijpen. Daar worden grote, soms grove pijpenkoppen geboetseerd, vaak met de uitbeelding van menselijke figuren.

In Kongo is hout een meer geliefd materiaal voor de productie van pijpen, De Kuba stam versiert zijn pijpen met prachtige geometrische motieven. Kenmerkend is daar verder een opgaande houten steel, vaak met een mondstuk van bot.

Andere stammen gebruiken pijpen die sterker op de Europese producten lijken, zoals de Jaka, waarvan het Afrikaanse aspect eigenlijk alleen de gesneden decoratie is. Omdat een zachte houtsoort wordt gebruikt, zijn veel pijpen in de ketel met metaal bekleed.

Uit Zuid-Afrika stammen pijpen van soapstone, waarvan de ketelmodellen de Hollandse kleipijp of de Duitse Ulm volgen. Andere stammen gebruiken houten pijpen met een hoge nauwe ketel en een lange rechte opgaande steel.

Tabakspijp gesneden uit dierlijk bot. Massai, 1970-1990. Potvormige pijp gemaakt van een vrucht bestreken met een lijmstof. Kongo, 1970-19990.
Pijpenkop van roodbakkende klei met om de ketel enkele noppen. Ghana, Ashanti, 1850-1900.
Pijpenkop van aardewerk, de keteldecoratie refereert aan een spreekwoord. Ghana, Ashanti, 1830-1880. Pjipenkop van zwartgebakken aardewerk, de ketel wordt halverwege doorbroken door een gestileerd dierfiguur dat aan een spreekwoord refereert. Ghana, Ashanti, 1830-1880.
Tabakspijp van brons met grillige decoratie waarin geometrische lijnen afgewisseld met uistekende details,. Ghana, 1900-1940.
Pijp met uitbeelding van een geknielde figuur met bolle buik en tatoeages op gelaat en buik, de handen aan de borsten, Ghana, Lobi, 1920-1950.
Terra cotta pijpenkop voorstellend een vrouw zittend op een krukje, een kind op schoot, deels ingewreven met kalk. Ghana, Lobi, 1930-1960.
Grote keramische pijpenkop met twee zittende figuren en een kind, de opening voor de pijpenkop aan de zijkant. Ghana. Fra-fra, 1950-1980.
Gezichtpjipenkop van een neger met kort haar en smal borststukje, opgaande steel met manchet. Ghana, Fra-Fra, 1950-1980.
Compacte tabakspijp voorstellend een zittend koppel, de navel extreem groot weergegeven. Ghana, Fra-Fra, 1930-1980.
Geknielde figuur met een kookpot op de linker knie, de pot is de ketel van de pijp, de steelaanzet in het grondje. Ghana. Fra-Fra, 1960-1985.
Houten pijpenkop met metaal bekleed geplaatst op een geopende hand met zes vingers. Kongo, Yaka, 1940-1970.
Twee houten pijpen met opgaande gebogen stelen voorzien van geometrische ingesneden decoraties. Kongo, Kuba, 1930-1960.
Houten gezichtpijp met karakteristieke ketelvorm, inwendig met metaal bekleed. Kongo, Kuba ?, 1930-1950.
Tabakspijp van hout in de vorm van een liggende figuur, een kleine ketel op de navel geplaatst, het steeleind op het hoofd. Kongo, Luba, 1920-1960. Eenvoudige gezichtpijp met geometrische decoratie, inwendig bekleed met aluminium, dito steel. Kongo, Yaka, 1930-1960.
Onverwachte in hout uitgesneden voorstelling van een hoofd geplaatst op een aapachtig figuur, opgaande steel. Kongo, 1940-1970.
Gezichtpijp van hout met kenmerkende ketelvorm en tweedelige houten steel met benen mondstuk. Kongo, Kuba ?, 1930-1950.
Bijzondere houten pijp met Europese ketel met op de voorzijde een uitgesneden gestileerd reliëf, opgaande houten steel. Kongo, Yaka, 1900-1940.
Houten pijp met op de voorzijde van de ketel een fallus met scrotum, inwendig met aluminium bekleed. Kongo, Yaka, 1930-1960.
Houten pjip met portretkop en oplopende steel. Kongo, Yaka ?, 1900-1930.
Houten pijp met op de steel in hoogreliëf een staand dierfiguurtje, aluminium montage. Kongo, Yaka, 1940-1970.
Portretpijp in hout van een gezicht met baard, de manchet met aluminium versterkt. Kongo, Yaka ?, 1960-1980.
Houten pijp met op de ketelin hoogreliëf een staand mensfiguurtje, aluminium montage. Kongo, Yaka, 1940-1970.
Houten pijp met op de steel in hoogreliëf een zittend mannetje, aluminium montage. Kongo, Yaka, 1940-1970.
Houten pijp met op de ketel drie staande figuurtjes, aluminium montage. Kongo, Yaka, 1950-1970.
Waterpijp met reservoir van buffelhoorn waarop een bamboe steel met ketel van serpentijnsteen. Zuid-Afrika, Bosjesmannen, 1900-1940.
Waterpijp van kalebas met een lange opgaande steel, de ketel van aardewerk is elleboogvormig en versierd met ingekraste geometrische decoratie. Kongo, Tabwa, 1940-1980. Kleine waterpijp met reservoir van varkensblaas, de ketel van zwartgebakken keramiek. Egypte, 1950-1980.
Tabakspijp van buffelhoorn met opgeplaatste ketel. Afrika, 1900-1940.
Tabakspijp met ovale ketel en hiel, langs de ketelopening een ingesneden band met geometrisch motief. Zuid-Afrika, Khoikhoi, 1860-1900.
Houten pijp met vierzijdige ketel, op de steel in hoogreliëf een figuurtje. Afrika, onbekend, 1900-1940.
Prachtige serpentijn stenen pjipenkop ontleend aan de Duitse Ulm pijpenkop met kam langs de onderzijde. Zuid-Afrika, Khoikhoi, 1880-1900.
Pijpenkop in de vorm van een gestileerd Europees kanon, een dekseltje met oog op de ketel, twee kleuren keramiek. Angola, Yombe, 1850-1900.
Tabakspijp van serpentijnsteen, de vorm voert terug op de Goudse pijp. Zuid-Afrika, Khoikhoi, 1880-1910.
Houten pijpen met hoge ketels, soms een hiel en oplopende rechte steel, inwendig de ketels met plaatmetaal bekleed. Zuid-Afrika, Xhosa, 1880-1920,.

Amsterdam Pipe Shop is gespecialiseerd in voorwerpen zoals op deze pagina afgebeeld.© copyright Stichting Pijpenkabinet