Betelpruimen en betelparafernalia

Het betelkauwen of betelpruimen is een typisch oosters gebruik. In een sirihblad wordt een pruim gedaan die bestaat uit stukjes vermalen palmnoot, aangemengd en op smaak gebracht met tabak, zoethout, honing of vruchten. Kalk maakt er een prettige substantie van.

De betelpeper heeft medische eigenschappen en geeft een lichamelijke stimulans. Omdat het betelkauwen rode sporen op de tanden nalaat en er later zelfs gaten in het gebit vallen, is dit gebruik bij Europeanen nooit populair geworden.

De gebruiker kauwt of zuigt op de pruim, het sap doet zijn werk en dat is vergelijkbaar met het pruimen van tabak. Omdat het veel speeksel opwekt, is geregeld spugen nodig. Na enige tijd wordt de pruim zelf weggegooid.

Voor het bereiden van de betelpruim zijn pinangscharen of sirihknippers in gebruik, om de harde noot te splijten. In een handzame vijzel worden deze stukjes vermalen. Daarna worden smaakstoffen toegevoegd. De pruim wordt in een doosje meegenomen, voor het eigenlijke gebruik wordt verse kalk toegevoegd, bewaard in een tweede doosje.

De populariteit van betelpruimen zien we in Maleisië, in de Indische archipel, maar ook in India en omringende landen. De voorwerpen die daarbij gebruikt worden hebben steeds een relatie met de lokale kunst. Soms zijn zij eenvoudig maar functioneel, in andere gevallen druk gedecoreerd in de lokale stijl.

Messing doos voor betelpruim, doogaans aan de binnenzijde met een afzonderlijk vakje. Indonesië, Java, 1860-1900. Twee betelsets van zilver met ruime gedreven dozen en aan een ketting een kleiner kalkdoosje. Indonesië, Sumatra, 1880-1920.
Zilveren kalkdoos om de betel aan te mengen, met ketting en spatel. Maleisië, 1860-1900. Zilveren set, de grote doos als pruimdoos, de kleine voor de kalk. Gedreven zilver. Indonesië, Sumatra, 1880-1920.
Twee betelsets van zilver met gegraveerde buitenzijde, de doos voor de pruim, de kleine doosjes voor de kalk. Indonesië, Java, 1900-1920.
Handvatten van de betelvijzel met voorstelling van een pikkende vogel. Indonesië, Lombok, 1900-1950. Handvatten met dubbele uitbeeldingen van een man op een dier of een persoon op de rug van een tweede persoon. Indonesië, Lombok, 1900-1950.
Uit been gesneden handvat voor een betelvijzel met een zittende figuur. Indonesië, Lombok, 1860-1900. Charmant maar primitief heft van een betelvijzel met voorstelling van een staande figuur. Indonesië, Lombok, 1870-1900.
Prachtig gesneden heft van een betelvijzel met geknielde figuur. Indonesië, Lombok, 1920-1950.
Betelschaar of pinangschaar om de harde betelnoot te knippen met voorstelling van een paard. Indonesië, Bali, 1870-1900. Pinangschaar met rond de scharnier de uitbeelding van een gestileerd dierfiguur. Indonesië, 1850-1900.
Betelschaar of pinangschaar om de harde betelnoot te knippen met voorstelling van een paard. Indonesië, 1850-1900. Twee betelknippers met diervoorstellingen, de heften met zilveren vatting. Indonesië, 1880-1920.
Betelvijzels met betelstampers, de heften geïnspireerd op de Javaanse kris. Indonesië, Java, 1850-1900.
Betelvijzels met betelstampers gegoten van messing, de gebogen heften geïnspireerd op de Javaanse kris. Indonesië, Java, 1880-1920.
Chique zilveren doos voor de betelpruim compleet met pruimhouder en sluitpin die ook als vijzel kan worden gebruikt. Indonesië, Java, 1920-1940.
Twee betelvijzels met bijbehorende stampers versierd met eenvoudig geometrische motieven. Nieuw-Guinea, Trobriandeilanden, 1880-1920. Betelvijzel en stamper, Indonesië, Sumatra, 1880-1900 en Java, 1850-1900. Betelvijzels met bijbehorende stampers gesneden uit hout en versierd met dierfiguren. Indonesië, Lombok, 1940-1980.
Gegoten bronzen kwispedoor met brede rand voor het spugen van de betelfluim. Indonesië, Java, 1800-1850.
Tabakstasje van hout met deksel met zaagtanddecoratie, een koordje houdt de twee delen samen. Indonesië, Lombok, 1900-1940.

Amsterdam Pipe Shop is gespecialiseerd in voorwerpen zoals op deze pagina afgebeeld.© copyright Stichting Pijpenkabinet